
Hier maak ik, met de hand
In het atelier werk ik met oud eiken. Ik schaaf het terug tot blank en verbind het met pen-en-gat. Elk object dat hier vandaan komt, draagt het spoor van de hand en van waar het hout vandaan komt.
Over Bré Maran de Roo
Het vak leerde ik van mijn vader. Als kind ging ik na schooltijd mee naar zijn atelier. Daar maakte ik mijn huiswerk tussen vergulde lijsten en stapels oud hout. Of eigenlijk: ik deed alsof, en keek hoe hij werkte. De geur van houtschaafsel en bijenwas voelt nog steeds als thuiskomen.
Van hem leerde ik dat goed werk tijd nodig heeft. Dat je moet voelen wanneer iets klopt. En dat hout vaak al een heel leven achter zich heeft voor ik het in handen krijg.
Die lessen zitten in alles wat ik maak. Ik werk met pen-en-gat: hout dat in hout valt. Met de hand afgewerkt, zonder haast. Het hout dat ik gebruik heeft al een leven als vloer achter de rug. Ik geef het een nieuwe bestemming — en het verhaal gaat door.
Als ik niet in het atelier sta, vind je me waarschijnlijk op de fiets of achter de piano.

Van vloer naar object
De verbinding
Pen-en-gat en deuvels, met de hand passend gemaakt. Zonder schroeven, zonder spijkers. Het kost meer tijd. Het houdt ook langer.
Het hout
Eiken vloerdelen uit Amsterdamse panden, soms honderd jaar oud. Ik schaaf ze terug tot blank, levend hout. Hier en daar blijft een spijkergat of een noest zitten — een stil spoor van het vorige leven.
Met de hand
Van het uitzoeken van het hout tot de laatste laag bijenwas gebeurt alles hier, in het atelier. Ik werk zonder haast, want dat is het werk dat ik wil maken.
Bedoeld om te blijven
Dit eiken lag honderd jaar als vloer. Nu wordt het iets om te houden en door te geven — niet om weg te gooien.


