
Het begint met een vloer
En eindigt met iets dat je wilt doorgeven.
Het vinden
Ik krijg een telefoontje. Ergens in Amsterdam wordt een pand gestript en de oude vloer moet eruit. Dan rij ik erheen.
Onder de lagen verf en het stof liggen oude eiken vloerdelen. Eik die een heel leven heeft meegemaakt — kindervoeten, zware laarzen, tafelschuiven en stilte.
Niet alles is bruikbaar. Ik zoek naar delen met een diepe nerf en een kleur die je niet kunt namaken. Als ik het goede stuk vind, weet ik het meteen.

Van hout naar object
Luisteren
Elk stuk hout vertelt iets. Over waar het gelegen heeft, hoe het belast is, waar het sterk is en waar kwetsbaar. Ik begin altijd met kijken en voelen voordat ik iets doe.
Bouwen
De verbindingen die ik gebruik zijn zo oud als het vak zelf. Pen-en-gat: hout dat in hout valt. Geen schroeven, geen spijkers. Het duurt langer, maar het houdt het ook langer vol.
Loslaten
Op een gegeven moment is het af. Niet omdat het perfect is, maar omdat het klopt. Dan gaat het de deur uit en begint het volgende hoofdstuk — bij iemand anders thuis.

Eén ding goed doen
Ik maak geen lijn, geen collectie, geen seizoen. Ik maak objecten, stuk voor stuk, zolang het materiaal het toelaat en het werk me iets leert.
Het is gewoon hoe ik werk. Langzaam, met aandacht, en liever een stuk minder dan een stuk te veel.
Het hout heeft een leven lang als vloer gediend. Het minste wat ik kan doen is er de tijd voor nemen.